De geschiedenis

In 1918 was de woningnood erg groot. De overheid gaf grote voorschotten aan woningbouwverenigingen om daarmee voor oplossingen te zorgen. Het terrein om Landgoed Rosehaghe bleek ideaal te zijn om een woonwijk op te bouwen.

Op 6 augustus 1918 werd dan ook woningbouwvereniging Rosehaghe opgericht. De Haarlemse architect Ir Johannes Bernardus (Han) van Loghem werd hiervoor aangetrokken. Hij ontwierp 12 huizenblokken met 135 woningen en 3 winkels. Aan de Hoofmanstraat werd ook een gemeenschapshuis opgericht, met een beheerderswoning erboven, voor die tijd een behoorlijke noviteit. In 1921 en 1922 werden de woningen opgeleverd en voor ongeveer 8 gulden per week verhuurd.

De 3 winkels werden na de oorlog omgebouwd tot woning. Door geldgebrek heeft de woningbouwvereniging, op last van de gemeente, het verenigingsgebouw moeten verkopen. Zo is dat belangrijke onderdeel van het complex 40 jaar eigendom geweest van een drukkerij. Hierboven werd toen een extra bovenwoning gemaakt voor de beheerder van de drukkerij. De kenmerkende bouwstijl van de gemeenschapsruimte ging helaas verloren, evenals de hoge ramen. Begin jaren ’90 is het verenigingsgebouw door de woningbouwvereniging teruggekocht. Een belangrijke aankoop voor het herstel van het complex. De extra bovenwoning is gebleven, zo zijn er nu twee.

Niet iedereen was aanvankelijk te spreken over het ontwerp. Rosehaghe sprong er door zijn onconventionele vormgeving nogal uit in de verder wat saaie omgeving. Het feit dat verschillende keukens aan de straatzijde lagen, leverde zelfs bezwaren op van een gemeentelijke commissie. Leden van een Engelse architectuurvereniging vonden de platte daken en hoekvensters maar constructief en te modern.

Bijna een eeuw later heeft Rosehaghe nog steeds een duidelijk eigen gezicht. Het vele groen, de aparte vormgeving en het verspringen van de woningen geven de buurt een intieme en bijzondere uitstraling.

Nu en straks

Het bestuur en de bewoners doen er alles aan om het unieke monumentale karakter van Rosehaghe voor de toekomst te behouden. Onze strategie richt zich op het waarborgen van onze zelfstandigheid, het verduurzamen en onderhouden van de woningen en het nog verder versterken van de maatschappelijke betrokkenheid onder de bewoners. Het bestuur wordt hierbij geholpen en gecontroleerd door de commissarissen; experts, ook van buiten de wijk die door een objectieve bril meekijken en adviseren. De belangen van de bewoners worden behartigd door een bewonerscommissie. lees meer over het bestuur

De architect

IR J.B. van Loghem

Han van Loghem werd in Haarlem geboren in 1881 en vestigde zich, na zijn afstuderen in 1909 in onze stad als architect. Tussen 1914 en 1919 ontwierp hij 80 transformatorhuisjes in Noord-Holland voor de PEN (voorheen KEM). Er was geen vast model; elk huisje werd aan zijn omgeving aangepast. Hij ontwierp ook villa’s en stadswoningen. Voornamelijk in Heemstede en Haarlem. Daarbij liet hij zich zowel inspireren door oude Hollandse tradities, zoals de boerderijbouw en de 17de en 18de eeuwse patriciërshuizen als door modern en strak. Daarmee zette hij zich af tegen de stijl waarin hij was opgeleid.

Vanaf 1917 werkte Van Loghem ook aan sociale woningbouwprojecten, waarin hij zich liet inspireren door de tuinstadbeweging. De wijken zijn ruim van opzet met veel groen. Een tuindorp was volgens hem een socialistisch ideaal en hij hoopte dat zijn architectuur een bijdrage kon leveren aan de verbetering van de leefomstandigheden van de minder bedeelden.

Opvallend aan de tuinsteden in Haarlem zijn de strakke, kubistische vormgeving. Kenmerkend voor Rosehaghe is de geschakelde bouw, die een slingerbeweging geeft aan een huizenrij. Net als bij Tuinwijk is het wonen zo veel mogelijk op de tuin gericht. Bij sommige woningen is een uitbouw aan de voorkant, waardoor twee buurhuizen samen een hofje krijgen. Door het grote raamoppervlak – leuk detail: sommige ramen zijn als het ware om de hoek heen gevouwen – zijn de woningen opvallend licht. Het interieur had in originele staat ook een paar kenmerkende Van Loghem-details, zoals gebeitste plafonds, ingebouwde houten kasten en zelfs ingebouwde meubels.

Een van de bekendste woningbouwprojecten waar Van Loghem aan meewerkte was het betonnen tuindorp in Watergraafsmeer (Amsterdam). Ook wel bekend als Betondorp. Dit experiment met systeembouw maakte dat hij kon werken met nieuwe constructies en materialen hetgeen resulteerde in een stijl die strak en zakelijk was.

Van 1926 tot 1929 was Van Loghem werkzaam in Siberië bij een stedenbouwkundige ontwikkeling van een industrieel gebied rondom de mijnstad Kemerovo. Hij ontwierp een woonwijk voor het mijnpersoneel alsmede een school, een winkel en andere voorzieningen. Hiervan is een deel nog bewaard gebleven wat met betrokkenheid van Nederland wordt gerestaureerd.

Na Siberië vestigde Van Loghem zijn bureau in Rotterdam. Hij had niet veel opdrachten, maar publiceerde wel artikelen over architectuur. In 1932 verscheen zijn boek: Bouwen, Bauen, Bâtir, Building. Hij stelt in dit boek dat een architect zich open moet stellen voor de culturele en materiële waarden van zijn tijd, want op die manier ontstaat er architectuur waarin het echte leven wordt weerspiegeld. Van Loghem bleek zijn tijd ver vooruit!   

Op 26 februari 1940 overleed Van Loghem in zijn geboorteplaats Haarlem.

Enkele gebouwen van Van Lochem in Haarlem:   

  • Tuinwijk (woningbouwcomplex), Zonnelaan, Spaarnelaan, Tuinwijklaan   
  • De Steenhaag, Zonnelaan 2 (hier heeft Van Loghem zelf gewoond) 
  • De Waterlelie, Zonnelaan 6-6a 
  • De Zwanenhof, Vijverlaan 1 
  • Huis ter Cleeff (woningbouwcomplex), Kleverlaan, Marnixstraat
  • ’t Zonnehuis, Scheltemakade 20
  • Goldersgreen, Crayenesterlaan 13

Het monument

Om in te wonen

Monumentenzorg heeft de woningen van Rosehaghe in 1999 uitgeroepen tot beschermd Rijksmonument. Het oorspronkelijke karakter van de woningen maakt de buurt natuurlijk uniek en dat willen we graag zo houden. Dat betekent dat onder andere de voor- en achtergevels, de heggen aan de voorkant van de woning en de kleur van het schilderwerk beschermd zijn. Daar mag niets aan veranderd worden. In de voortuin mag alleen een afscheiding niet hoger dan de heg en met een open karakter geplaatst worden. Binnenshuis gelden ook beperkingen: alles wat tot de aankleding en het casco van het huis hoort (trapwanden, opgang, deuren, kozijnen, vloeren, dragende muren) mag niet veranderd worden. In de Huurvoorwaarden vindt u alle regels die van toepassing zijn op het wonen in een Rijksmonument. We hebben ook wat voor u op een rijtje gezet bij Wonen in een monument.

Deze week

  • 09 dec

    Klaverjasvereniging De Garenkoker

  • 10 dec

    Koffieuurtje op zaterdag

  • 12 dec

    Lezing George Berenschot